‘Wat vandaag gebeurt, zou morgen al in de methode kunnen staan.’

Bart Lodder is docent maatschappijleer en geschiedenis bij het Pleysier College Zefier in Den Haag. Afgelopen schooljaar is Bart gestart met iSociety. Hij kwam bij de methode terecht nadat hij al geruime tijd gebruik maakte van Paspoort 21; de Vodix-methode voor mens en maatschappij voor in de onderbouw. Toen hij de kans kreeg om maatschappijleer te geven in de bovenbouw, greep hij die met beide handen aan en ging hij aan de slag met iSociety.

“Ik werk in het speciaal onderwijs, en omdat niet alle leerlingen fulltime naar school gaan, biedt de flexibiliteit van iSociety hen de mogelijkheid om op elk gewenst moment verder te werken,” begint Bart zijn verhaal. Hij benadrukt ook het belang van de actualiteit van de methode: "Wat vandaag gebeurt, zou morgen al in de methode kunnen staan. Dit maakt de lesstof relevant en sluit nauw aan bij de belevingswereld van mijn leerlingen.”

Complexe thema’s
Bij het vak maatschappijleer kan je niet om complexe thema’s heen. Ondanks dat behandelt hij toch de moeilijkere onderwerpen in de klas. Al merkt hij bij zijn leerlingen wel een sterke voorkeur naar bepaalde thema’s. “Alles wat te maken heeft met rechtszaken is ontzettend spannend, en alles wat gaat over politiek is stom. En dat is soms lastig. Daarom is het fijn dat iSociety op een behapbare manier uitlegt hoe de politiek in Nederland werkt”, vertelt hij. Bart glimlacht terwijl hij terugdenkt aan een opmerking van een leerling: "Oh meneer, nu snap ik het pas. Nu begrijp ik dat mijn vader elk jaar klaagt wanneer hij moet stemmen. Omdat het zo vaak gebeurt in verschillende vormen!”

Bart merkt op dat het onderwerp 'rechtszaak en criminaliteit' vaak als stoer en spannend wordt beschouwd.  Hij vindt dat dit onderwerp in de lesmethode op een respectvolle en aangename manier wordt behandeld. Hij benadrukt dat zijn leerlingen verschillende achtergronden hebben en diverse ervaringen met dit onderwerp. “Ze hebben beelden gevormd op basis van hun eigen ervaring en het hoofdstuk biedt een mooie aanvulling op hun belevingswereld”, legt Bart uit. 

Als aanvulling op theorie maakt hij wekelijks gebruik van het praktijkgerichte hoofdstuk ‘Leren door te doen’. Volgens hem is het niet alleen belangrijk om over deze onderwerpen te praten, maar ook om er actief mee bezig te zijn.

Toetsen en examens
“Ik was lang op zoek naar een methode die niet alleen goed aansloot op de schoolexamens, maar ook op de staatsexamens voor het speciaal onderwijs”. Een zoektocht die hij heeft kunnen beëindigen vanwege een handige functie in iSociety.  “De plaknotities helpen mij om aantekeningen te maken bij het lesmateriaal. Hierdoor kan ik de stof zodanig specificeren dat het aansluit op wat mijn leerlingen moeten kennen voor het staatsexamen”. 

Een andere functie waar Bart veel gebruik van maakt zijn de toetsen. “Door middel van makkelijke aanpassingen kan ik verschillende versies van een toets geven, afhankelijk van de behoeften van de leerlingen."

Toegankelijk voor zowel de leerling als de leerkracht
Een speciale voorleesfunctie, zodat een leerling die moeite heeft met lezen kan luisteren naar de tekst. Het zijn maar kleine dingen om de toegankelijkheid van de lesmethode te verbeteren, maar volgens Bart maken ze een groot verschil. “Het voelt voor deze leerling alsof er rekening wordt gehouden met hem en zijn behoeften.”

Bart is niet alleen enthousiast over de toegankelijkheid voor leerlingen, maar ook over het gebruiksgemak voor docenten. “Ik weet dat het ook collega’s gaat helpen, daarom probeer ik ze te overtuigen.” Als we naar toelichting vragen begint hij over de flexibiliteit en de technische mogelijkheden in de methode: "Het kost slechts drie klikken om iets te veranderen, zonder dat je er een handleiding voor nodig hebt. Je krijgt veel ruimte en vrijheid, met weinig moeite.”

Bart sluit af met een laatste opmerking: "Ik zou willen dat iSociety ook voor vmbo-leerlingen beschikbaar is. Dat gun ik het vmbo. Bovendien is het prettig dat ik veel leerjaren en niveaus kan bedienen binnen één omgeving."

Bart, dan hebben wij goed nieuws! Het lesmateriaal voor het vmbo is sinds kort compleet afgerond!    

Wil je meer weten over de toegankelijkheid van iSociety en onze andere lesmethodes?
Lees dit blog en ontdek hoe we streven naar inclusief onderwijs.

Goed lesmateriaal moet voor iedereen toegankelijk zijn, of je nu slechtziend, doof of blind bent. Bij Vodix zetten we ons in om al ons lesmateriaal voor iedereen toegankelijk te maken en te houden. Veel aanpassingen die wij daarvoor aan onze methodes doen vinden achter de schermen plaats, zoals het gebruik van duidelijke koppen, het correct gebruik van lijsten, en ervoor zorgen dat tekst echt als tekst herkend wordt, en knoppen als knoppen. Dit soort aanpassingen vinden plaats in onze broncode. Hierdoor kan hulpapparatuur zoals voorlees- of vergrootsoftware en brailleleesregels ons materiaal ‘begrijpen’. Als gebruiker zonder enige beperking merk je van deze aanpassingen niets. Er zijn ook een aantal zaken verbeterd die wél gaan opvallen, en daarover vertellen wij hieronder meer. 

Enkele maanden geleden zijn we samen met Stichting Dedicon, die zich inzet voor toegankelijke tekst en beeld voor iedereen, begonnen met een project. We onderzochten wat we als uitgever al deden om lesmateriaal toegankelijk te maken, waar we kansen zagen om dit te verbeteren, en welke uitdagingen we tegenkwamen. Onlangs organiseerden we zelfs een hackathon waar we keken naar situaties in onze methode Tijd voor Geschiedenis en hoe we die konden verbeteren. Neem bijvoorbeeld een wereldkaart met verschillende kleuren. In de legenda worden deze kleuren uitgelegd, maar hoe begrijpt een kleurenblinde leerling dit? Wat nou als we, in plaats van kleuren, met structuren werken? En wat als die wereldkaart essentieel is voor een toetsvraag, maar een leerling is blind? Zoals je kunt zien (no pun intended), geen simpele uitdaging!

De hackathon heeft enkele concrete punten opgeleverd waarmee we meteen aan de slag zijn gegaan. Deze punten zijn ook aan de oppervlakte zichtbaar, dus de kans is aanwezig dat jou binnenkort iets gaat opvallen! Hiermee hebben we ervoor gezorgd dat Tijd voor Geschiedenis, en binnenkort ook onze andere lesmethodes, nóg toegankelijker zijn. 

In de toekomst zullen we ons blijven inzetten om ons lesmateriaal toegankelijker te maken door alternatieve leesvormen aan te bieden die hoorbaar of voelbaar zijn. We streven naar inclusief lesmateriaal. Als je leerlingen in de klas hebt met visuele of auditieve beperkingen en meer wilt weten over de tools om hen te ondersteunen, laat het ons of Stichting Dedicon weten.

We dragen graag ons steentje bij!

Stel je voor, samen met je leerlingen: 

Dat klinkt als een droom, toch? Maar vanaf het komende schooljaar wordt dit realiteit met Paspoort 21!

Met je voeten in de virtuele klei

Paspoort 21 bevat nu een unieke toevoeging: virtueel veldwerk. Tijdens dit virtuele veldwerk maak je via Google Earth een reis langs verschillende plekken op de wereld. Deze virtuele ervaring sluit aan op het lesmateriaal van de methode. Zo ontstaat een concrete ruimtelijke toepassing op de abstracte geografische leerstof.

Een wereld vol mogelijkheden

Door middel van de 360° afbeeldingen kijk je rond op de meest indrukwekkende plekken op aarde. Iedere halte bevat een interessante tekst over de locatie. Daarnaast zorgen extra afbeeldingen en video’s voor een complete virtuele beleving. Allemaal binnen de vertrouwde omgeving van Paspoort 21.

Door goed om je heen te kijken, de tekst te lezen, de afbeeldingen te bekijken en gebruik te maken van je opgedane kennis uit Paspoort 21, kan je de bijbehorende vragen beantwoorden. Zo biedt virtueel veldwerk een leuke, afwisselende en activerende mogelijkheid om de lesstof te verwerken.

Nieuwsgierig geworden naar virtueel veldwerk?

Neem dan een kijkje in de methode en vraag vrijblijvend een gratis proefaccount aan!

Goede reis!

Leesduur: ± 5 min.

Het Houtkamp College in Doetinchem is sinds 2022 van start gegaan met onze digitale lesmethode Tijd voor Geschiedenis. De school was op zoek naar een online methode waarin meerdere vakken terugkomen. Lotte Fidder, docent op Het Houtkamp College, vertelt waarom de keuze op onze digitale lesmethode is gevallen. 

Lotte Fidder (33 jaar), is docent geschiedenis en levensbeschouwing. Het Houtkamp College is een school in opbouw, ontstaan uit een fusie van verschillende scholen. Hierdoor is de school nog flink in ontwikkeling. Alle vakken zijn onderverdeeld in leergebieden, waar aardrijkskunde en geschiedenis nu hun eigen methode hebben gekregen. Zo werken geschiedenis en levensbeschouwing docenten nu met Tijd voor Geschiedenis.

“We waren echt op zoek naar een online methode", start Lotte haar verhaal. "Tijd voor Geschiedenis sprak ons direct aan, omdat hierin veel mogelijk is. Ook qua het zelf toevoegen van materiaal. Bij ons is het de bedoeling dat we de methode als basis gebruiken en er vervolgens zelf nog veel aan toevoegen", aldus Lotte.

Makkelijk zelf materiaal toevoegen

Zo voegt ze zelf veel materiaal toe voor het vak levensbeschouwing. Hierbij is het voor Lotte en haar collega’s belangrijk dat de lesstof voor de leerlingen één overzichtelijk geheel is. “Nu staat het materiaal op één plek en dit werkt beter dan losse bladen. Zo is het voor de leerlingen het duidelijkst. En op deze manier is
er minder onderscheid tussen levensbeschouwing en geschiedenis. Dat is prettig, want bij ons werken wij aan een geheel.”

Meer uitdaging voor de leerlingen

De methode die Lotte en haar collega’s voorheen gebruikten, was alleen voor het vmbo beschikbaar en niet voor het havo en vwo. “Dat was wel echt een gemis. We merkten dat de lesstof niet op het niveau lag van de leerlingen. En nu is dit wél het geval. De leerlingen worden meer uitgedaagd. Ook zitten er veel vaardigheden in Tijd voor Geschiedenis. Ik merk dat de leerlingen in de lessen veel meer bezig zijn en meer worden geprikkeld en uitgedaagd. Het werkt gewoon veel fijner.”

Heel gebruiksvriendelijk

Lotte vertelt hoe zij en haar collega's Tijd voor Geschiedenis voor het eerst ervaarden.  “Er was makkelijk contact te leggen met de makers. We kregen een proefaccount, hebben er allemaal doorheen geklikt en merkten dat het enorm overzichtelijk was. De methode is heel erg gebruiksvriendelijk. We merkten het ook bij de leerlingen, ze konden er meteen hun gang mee gaan. En wij als collega’s ook.” Daarbij geeft Lotte aan dat zij en haar collega’s vanuit leerdoelen werken en hierop toetsen. Zij gebruiken de leerdoelen uit de methode of vormen deze om. Ook mede hierom sloot de methode goed aan op hun manier van werken.

Naast dat de methode zelf erg aansprak, geeft Lotte aan dat er vanaf het begin altijd goed contact is geweest met de makers. “Vragen worden snel beantwoord en adviseurs komen altijd langs zodra je daar behoefte aan hebt. Je wordt er echt in begeleid, wat erg fijn is.”

Testen met toetsen

Lotte en haar collega’s hebben nog niet getoetst in de methode. “Nee, dit hebben we nog niet gedaan, maar we hebben wel vragen uit de methode gehaald voor eigen toetsen en opdrachten. Dit willen wij nog wel graag binnen de methode gaan doen, waarschijnlijk in de volgende periode.” Ook wil Lotte aankomende tijd meer met de planner gaan werken, zodat ze alle opdrachten per week klaar kan zetten. Op deze manier kunnen haar studenten zelfstandiger en verder vooruit werken.

Ontdekkingsfase

Lotte geeft aan dat zij nu nog in de ontdekkingsfase zit. “Over een tijd kan ik nóg meer vertellen over de voortgang
van de leerlingen en kan ik mijn ervaring delen over het toetsen binnen de methode.” Daar houden we je aan, Lotte.
Wordt vervolgd dus!

Wil jij ook ontdekken of Tijd voor Geschiedenis past bij jouw manier van lesgeven?

Vraag vandaag nog een gratis proefaccount aan en ontdek het zelf!

Jouw studenten zijn de (actieve) deelnemende burgers van morgen. Aan jou de taak om hen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomstige rol in de arbeidsmarkt en maatschappij. Maar hoe pak je dit aan? Generation 24/7 is dé digitale lesmethode voor het mbo waarin Burgerschap en loopbaanontwikkeling begeleiding (LOB) samenkomen. Deze methode biedt jou alle handvatten die je nodig hebt om jouw studenten klaar te stomen voor de toekomst.

Stel je eens voor. Een methode die jouw werkdruk verlaagt, helpt bij het vormgeven van het vak burgerschap én de student helpt bij het ontwikkelen van soft skills, zoals empathie, zelfkennis, creatief denken en ondernemerschap. Dát is Generation 24/7. Door de heldere structuur - die voor elke situatie op maat te maken is - is deze methode eenvoudig te volgen. Voor de student én de docent.

Burgerschap én LOB

Maar dat niet alleen. Deze digitale methode combineert burgerschap en LOB. Een combinatie die volgens ons onmisbaar is om studenten niet alleen voor te bereiden op een

volwaardige deelname aan de maatschappij, maar óók klaar te stomen voor hun toekomstige beroep. Het voor LOB ontwikkelde materiaal in Generation 24/7 is op maat gemaakt, zodat het toepasbaar is op de persoonlijke situatie van iedere student.

Persoonlijk portfolio

De vier dimensies van burgerschap en de vijf competenties van LOB zijn de basis van de opbouw van Generation 24/7. Dit betekent overigens niet dat de methode via vaste routes behandeld moet worden. Via een planner kun je eenvoudig thematische routes voor je studenten inrichten. Hierbij kies je zelf hoe je een dimensie of competentie afrondt, bijvoorbeeld met Rubrics, toetsen of huiswerk. Alles samen vormt het persoonlijk portfolio, waarin de burgerschapsvorming en loopbaanontwikkeling begeleiding van de student staan beschreven

Aansluiting bij belevingswereld

Om studenten te motiveren moet je aansluiten bij hun belevingswereld. Daarom bestaat Generation 24/7 uit aansprekende opdrachten. Maar er is meer. De methode werkt ook met sector- en beroepsspecifiek materiaal én er wordt tweewekelijks ingespeeld op actuele thema’s. Dit bevordert de herkenbaarheid voor studenten, want wat zij leren heeft direct betrekking op hun toekomstige beroep.

Onmisbare combinatie

Ben jij ook overtuigd van het feit dat burgerschap en LOB een belangrijke combinatie zijn? Start vandaag nog met Generation 24/7 en leid jouw studenten op tot een burger van de maatschappij. Met een gratis proefaccount ontdek je vrijblijvend of deze methode past bij jouw klas.

De term DAFtoets staat voor diagnostische, adaptieve en formatieve toets. Wil je weten hoe we dit type toets toepassen in Tijd voor Geschiedenis? Lees dan snel verder.

We hebben al uitgebreid stilgestaan bij wat DAFtoetsen zijn. Ook lieten we toetsontwikkelaar Kirsten Nijhof aan het woord over DAFtoetsen in de praktijk om te vertellen waarom "leren leren" zo belangrijk is voor leerlingen. Maar hoe passen we de DAFtoets toe in onze methodes?

In onze methodes, waaronder Tijd voor Geschiedenis, zetten we de DAFtoets in om te meten of leerlingen de leerdoelen van het blok hebben behaald. Haalt de leerling bij de eerste toets een doel niet, dan volgt extra uitleg en twee keer een nieuwe kans om het doel alsnog te behalen. Aan het einde van de toets verschijnt een rapport met de behaalde leerdoelen en de RTTI-score.

We ontwikkelen de DAFtoets in het komende jaar verder voor alle hoofdstukken in Tijd voor Geschiedenis, maar ook in BeatsNbits en onze andere methodes.

Hoe passen we DAFtoetsen toe binnen Tijd voor Geschiedenis?

In Tijd voor Geschiedenis zijn de DAFtoetsen ontwikkeld per hoofdstuk voor de onderbouw. Bij ieder hoofdstuk is het kopje 'Test Jezelf' te vinden, dat leidt naar de DAFtoets van het betreffende hoofdstuk. Je kan een DAFtoets inzetten als diagnostische toets als een hoofdstuk volledig is behandeld om te kijken of de leerling de leerstof en vaardigheden beheerst. Op deze manier krijgen de leerlingen gericht inzicht in wat ze nog kunnen oefenen.

De leerling ontvangt feedback bij de vragen, zodat hij gericht kan terugkijken naar de leerstof en vaardigheden die horen bij dat leerdoel. De eerste vervolgtoets is adaptief, doordat alleen vragen terugkomen van de leerdoelen die de leerling nog niet beheerst. Na het maken van deze vervolgtoets ontvangt de leerling nogmaals feedback. Ditzelfde principe geldt ook voor de tweede vervolgtoets, die wederom is gericht op de nog te oefenen leerdoelen. Met de DAFtoets kan de leerling gericht oefenen met de leerstof en vaardigheden die hij nog niet beheerst en kan de docent de les inrichten op specifieke onderwerpen en vaardigheden die meer aandacht nodig hebben.

Het eerste dat de leerling ziet bij het openen van de DAFtoets zijn de leerdoelen van het hoofdstuk, oftewel datgene wat de leerlingen moet kennen en kunnen. Deze leerdoelen vormen de basis van de DAFtoets. De eerste toets bestaat uit tien vragen, waarbij iedere vraag is gekoppeld aan een specifiek leerdoel. Heeft de leerling de toets doorlopen, dan wordt inzichtelijk gemaakt welke leerdoelen de leerling beheerst en welke niet.

Meer weten over onze DAFtoetsen? Neem gerust contact met ons op.

De term DAFtoets staat voor diagnostische, adaptieve en formatieve toets. Wil je weten hoe we dit type toets toepassen in BeatsNbits? Lees dan snel verder.

We hebben al uitgebreid stilgestaan bij wat DAFtoetsen zijn. Ook lieten we toetsontwikkelaar Kirsten Nijhof aan het woord over DAFtoetsen in de praktijk om te vertellen waarom "leren leren" zo belangrijk is voor leerlingen. Maar hoe passen we de DAFtoets toe in onze methodes?

In onze methodes, waaronder BeatsNbits, zetten we de DAFtoets in om te meten of leerlingen de leerdoelen van het blok hebben behaald. Haalt de leerling bij de eerste toets een doel niet, dan volgt extra uitleg en twee keer een nieuwe kans om het doel alsnog te behalen. Aan het einde van de toets verschijnt een rapport met de behaalde leerdoelen en de RTTI-score.

We ontwikkelen de DAFtoets in het komende jaar verder voor alle hoofdstukken in BeatsNbits, maar ook in Tijd voor Geschiedenis en onze andere methodes.

Hoe passen we DAFtoetsen toe binnen BeatsNbits?

In BeatsNbits zijn de DAFtoetsen te vinden in de herziening van leerjaar 1 (2021) onder de naam 'Test jezelf'. Ook in de volgende leerjaren van de herziening wordt in elk blok zo'n toets toegevoegd. Je kan de DAFtoets kan aan het einde van een blok inzetten als diagnostische toets om te bepalen of de leerling de stof beheerst. Het is ook mogelijk om de leerling een DAFtoets aan het begin van een blok te laten maken om te bepalen welke kennis en vaardigheden de leerling al beheerst, zodat de leerling en docent weten welke stof de leerling kan overslaan en welke stof hij uitgebreid moet bestuderen.

Het eerste dat de leerling ziet bij het openen van de DAFtoets zijn de leerdoelen van het hoofdstuk, oftewel datgene wat de leerlingen moet kennen en kunnen. Deze leerdoelen vormen de basis van de DAFtoets. De eerste toets bestaat uit tien vragen, waarbij iedere vraag is gekoppeld aan een specifiek leerdoel. Heeft de leerling de toets doorlopen, dan wordt inzichtelijk gemaakt welke leerdoelen de leerling beheerst en welke niet.

De leerling ontvangt feedback bij de vragen, zodat hij gericht kan terugkijken naar de leerstof en vaardigheden die horen bij dat leerdoel. De eerste vervolgtoets is adaptief, doordat alleen vragen terugkomen van de leerdoelen die de leerling nog niet beheerst. Na het maken van deze vervolgtoets ontvangt de leerling nogmaals feedback. Ditzelfde principe geldt ook voor de tweede vervolgtoets, die wederom is gericht op de nog te oefenen leerdoelen. Met de DAFtoets kan de leerling gericht oefenen met de leerstof en vaardigheden die hij nog niet beheerst en kan de docent de les inrichten op specifieke onderwerpen en vaardigheden die meer aandacht nodig hebben. Hiervoor kan hij de oefening in de vragenblokken gebruiken en de oefeningen bij Samenvatting en Skillz.

Meer weten over onze DAFtoetsen? Neem gerust contact met ons op.

“In mijn combinatiegroep 7•8 merk ik dat een groot  gedeelte van de leerlingen geen behoefte meer heeft aan de muzieklessen zoals ik gewend was deze te geven aan groep 3 tot en met 6. Ze vinden de liedjes saai en kinderachtig en zijn geïnteresseerd in muziek die meer “volwassen” is. Muziek waar zij zelf naar luisteren. De komende tijd ga ik in mijn klas de methode Popgroep 7•8 uitproberen en ik ben heel benieuwd hoe deze methode gaat aansluiten bij mijn klas. In een aantal blogs neem ik jou, de lezer, mee in mijn eerlijk en oprechte ervaring met deze methode. Wie ik ben? Dat lees je in dit blog!

Hoi! Ik ben Pien Roelofs, een vierdejaarsstudent aan de PABO in Rotterdam. Al vanaf het begin van mijn opleiding geniet ik het meest van het geven van cultuuronderwijs. Sinds ik zelf in groep 8 zat speel ik piano en op mijn vijftiende ben ik begonnen met improvisatietheater. In het eerste jaar van de PABO, toen ik begon met het geven van muzieklessen, merkte ik dat het gebruik van mijn keyboard hierbij een enorm voordeel is. Toch was dit nog niet ideaal, want ik had het idee dat het keyboard voor een barrière tussen mij en de klas zorgde… 

De oplossing was snel gevonden: met een oude gitaar van mijn tante, een pakje snaren en een stemapparaat ging ik aan de slag! Wel met een beetje hulp natuurlijk, want ik wist nog niks van gitaarspelen. Eerst leerde ik een paar makkelijke akkoorden en daarna zocht ik een liedje dat geschikt was voor mijn groep 4 - destijds. Het werd een lied over een tovenaar. Eerst zette ik mijn klas in de kring en vertelde ik een spannend verhaal over deze tovenaar, die op de zolder van de school zat opgesloten. Zelfs de grootste en stoerste jongen van de klas was ervan overtuigd dat we de tovenaar konden redden door het liedje te zingen. Tijdens het aanleren van het lied merkte ik inderdaad dat het gebruiken van een gitaar hierbij heel erg leuk was. Doordat ik met de kinderen in de kring zat, gaf dit écht het gevoel dat we samen aan het zingen waren. Sindsdien heb ik nooit meer een muziekles zonder mijn gitaar gegeven. 

Met liedjes over tovenaars moet je in groep 7 of 8 natuurlijk niet meer aankomen. Muziekles geven aan deze groep vind ik best een uitdaging, maar ik vind het wel heel belangrijk. Musiceren is een sociale activiteit, die zorgt voor een goede sfeer in de klas en die leerlingen leert samenwerken. Daarnaast helpt het bij de ontwikkeling van de hersenen. Bovendien is muziek maken gewoon ontzettend leuk - al ben ik als muziekfanaat natuurlijk wel een beetje bevooroordeeld - en dat wil ik aan mijn leerlingen meegeven!

In de volgende blog neem ik je mee in mijn eerste les met Popgroep 7•8. Blijf je mij volgen?”  

Zelf met Popgroep 7•8 aan de slag? Vraag hier een proefaccount aan.

We kunnen veel theorie delen over DAFtoetsen en waarom ze zo belangrijk zijn, maar soms moet je gewoon de praktijk laten praten. Toetsontwikkelaar Kirsten Nijhof legt uit hoe docenten met DAFtoetsen kunnen leren om een bijdrage te leveren aan het leren leren van leerlingen.

We hebben al uitgelegd wat DAFtoetsen zijn, maar wat betekent deze manier van diagnostische, adaptief en formatief toetsen nou eigenlijk in de praktijk?

Kirsten Nijhof is geschiedenisdocent en ontwikkelaar op de Amsterdam Liberal Arts & Sciences Academie (ALASCA), en daarnaast ook toetsontwikkelaar bij Tijd voor Geschiedenis. Op het ALASCA onderzoekt Kirsten de implementatie van metacognitie als motor voor de (professionele) ontwikkeling van leerlingen en docenten op haar school. Dit doet zij samen met de Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam.

Leren leren

Kirsten stelt dat het allemaal draait om "leren leren". Volgens haar zijn resultaten namelijk pas betekenisvol wanneer leerlingen er zelf echt wat van kunnen leren. "De meeste docenten zullen ernaar streven om goede lessen te maken die de leerlingen laten toewerken naar een betekenisvolle toets. Als geschiedenisdocent en ontwikkelaar op ALASCA, een innovatieve school in Amsterdam, heb ik makkelijk praten. Op onze school worden namelijk geen toetsen en cijfers gegeven: onze formatieve aanpak is erop gericht om leerlingen aan te sporen ambitieus te zijn en hun de kans te geven om te groeien. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de leerlingen maken we gebruik van rubrics, leerdoelen en formatieve toetsen, zoals de DAFtoetsen."

Metacognitief handelen

Kirsten onderzoekt dus de implementatie van metacognitie. Het draait hierbij om het eigen denken, handelen en leren te organiseren, te sturen en te controleren. Alsof je de PDCA-cyclus (plan, do, check, act) voor je eigen vaardigheden langsloopt: "wat moet ik doen?", "wat moet ik bereiken?", "hoe bereik ik dat doel?", "maak ik geen fouten, begrijp ik alles?" en "wat kan ik hiervan leren?". En vervolgens die reflectie meenemen voor het handelen in de toekomst.

Wanneer je leerlingen deze metacognitieve vaardigheden laat ontwikkelen, worden zij gedurende het leertraject steeds zelfstandiger. En met goede metacognitieve vaardigheden kunnen leerlingen een leertaak effectiever uitvoeren en dus steeds meer metacognitief gaan handelen. (Talenteducation, sd)

Fouten maken kun je (formatief) leren

Met DAFtoetsen kan een docent tussentijds vaststellen in hoeverre de leerdoelen zijn behaald bij het vak geschiedenis. Daarnaast krijgen leerlingen een kijkje in hun eigen leerproces en leren ze door fouten te maken iets groots te bereiken. Net zoals Winston Churchill leerde.

De Britse premier was iemand die in zijn leven fouten, of zelfs grote fouten, maakte. In de Eerste Wereldoorlog schreef Churchill aan zijn echtgenote Clementine: "Als ik geen fouten zou hebben gemaakt, zou ik ook niets hebben bereikt in mijn leven."

Verder groeien

En dit is uiteraard een overtuiging die wordt ondersteund door de DAFtoetsen. Leerlingen moeten namelijk de kans krijgen zichzelf te ontwikkelen en fouten te maken zonder dat daar gelijk een hard cijfer aan wordt gehangen. Door te leren leren komen leerlingen verder en krijgen ze de kans om verder te groeien.

Wil jij experimenteren met onze DAFtoetsen? Vraag dan gratis een proefaccount aan voor Tijd voor Geschiedenis of BeatsNbits!

‘Het is supercool om met je eigen lesmateriaal te werken’

Ze waren op zoek naar een digitale lesmethode voor het vak mens & maatschappij, maar vonden de bestaande methodes niet helemaal geschikt. Wat doe je dan? Nou, dan ontwikkel je ‘gewoon’ zelf een methode. Tom van den Eijnden en Jeroen Basten, docenten bij het Aeres VMBO in Almere, zijn de initiatiefnemers én auteurs achter de onlangs gelanceerde lesmethode Paspoort 21. In dit blog vertelt Tom hoe een idee is uitgegroeid tot een methode die nu al op meerdere scholen wordt gebruikt. 

Tom en Jeroen geven al een aantal jaar met veel plezier het vak mens & maatschappij op de vmbo-school in Almere. Een vak waarin veel onderwerpen samenkomen, zoals geschiedenis, aardrijkskunde, levensbeschouwing en maatschappijleer. En die verzameling van vakken is precies dé reden dat de docenten besloten een eigen methode te schrijven. Tom: “De bestaande methodes waren het voor ons nét niet. Te weinig gestructureerd en alle vakken liepen door elkaar heen. Dat kan beter, dachten we. Dus besloten we de stoute schoenen aan te trekken en zelf een methode te ontwikkelen.” 

Mee op reis

En zo geschiedde. Tom en Jeroen sloegen de handen in één en gingen schrijven. “Het uitgangspunt voor ons was om een methode te ontwikkelen die voor leerlingen écht leuk is om te volgen, en die past bij hun belevingswereld. Daarom speelt onze methode altijd in op de actualiteit. We nemen de leerlingen mee op een bijzondere reis, waarbij onze methode hun paspoort is tot de maatschappij”, legt Tom uit.

Onderscheidend 

Maar er zijn nóg meer punten waarop deze methode zich onderscheidt van andere methodes. Hierover vertelt Tom: “Omdat we de structuur misten bij bestaande methodes, was het voor ons belangrijk om dit juist wél aan te brengen. Leerlingen maken aan de hand van maatschappelijk actuele thema’s een reis door wereldwijde onderwerpen en tijdsperioden. Ieder thema kent een gelijke opbouw en bestaat uit vier paragrafen: oriëntatie, aardrijkskunde, geschiedenis en actualiteit.”

Methode groeit met de leerling mee

“Die reis maken leerlingen niet alleen, hier worden ze in begeleid. Naarmate ze verder komen in de methode wordt de reis steeds uitdagender. De methode groeit dus echt met de leerling mee. De teksten worden ieder thema een klein beetje groter, de vragen worden moeilijker en er zit een opbouw in tekstverwerking in de methode, die per thema steeds meer zelfstandigheid van de leerlingen vraagt.” 

Balletje gaan rollen

Goed, het idee om een eigen lesmethode te ontwikkelen is één ding. Maar hoe pak je dit aan, zodat het ook écht in de klas gebruikt kan worden? “In 2019 zijn Jeroen en ik naar een Vodix Academy (toen nog de ‘VO-Digitaal Academy’, naar de vroegere naam van de uitgever) geweest, waar we in gesprek kwamen met Ruben (adviseur bij Vodix, red.). Zij boden nog geen methode aan voor het vak mens & maatschappij, en wij deelden onze visie met hen. Eén en één is twee, dus vroeg Vodix ons om een nieuwe methode te ontwikkelen. Die uitdaging en mogelijkheid hebben wij met beide handen aangegrepen en zodoende is het balletje gaan rollen. Met onze input en hun expertise op het gebied van het ontwikkelen van digitale lesmethodes zijn we samen tot Paspoort 21 gekomen. En hoe gaaf: de methode wordt inmiddels al op meerdere scholen gebruikt!”

Werken met eigen materiaal 

“Als docent kan ik nu met mijn eigen materiaal werken. Dat is echt supercool! Maar nóg gaver vind ik het dat leerlingen goed op de methode reageren. Het is interactief, actueel, speels en leuk én het sluit aan bij hun belevingswereld. Dus ja, ik kan wel zeggen dat ons doel bereikt is.” 

Benieuwd of Paspoort 21 iets is voor jouw school? Lees hier meer over deze digitale lesmethode.  

Wij zetten ons in voor Toegankelijk Publiceren.
© Vodix 2022
Privacybeleid

crossmenu